Fabeltjes uit het groen: dit klopt er (niet) aan werken in de buitenlucht
Achter elk strak plantsoen staan geen kaboutertjes, maar vakmensen. Er bestaan nog veel misverstanden over werken in het groen. Dat het alleen seizoenswerk is. Dat je superfit moet zijn. Dat het slecht betaalt. Maar kloppen die hardnekkig woekerende verhalen wel? Nee. We ontkrachten negen fabeltjes over werken in het groen.
1. Werken in het groen is koud en nat
Wie in het groen werkt, is inderdaad veel buiten. Maar je staat niet verkleumd in de regen. Werkgevers zorgen voor goede werkkleding: waterdicht, winddicht en warm. En bij bepaalde weersomstandigheden wordt werk simpelweg verplaatst. Bovendien: het is niet altijd winter. De lente en zomer maken voor veel mensen het buitenwerk juist aantrekkelijk.
2. Het werk is fysiek heel zwaar
Het is lichamelijk werk, maar niet onverantwoord zwaar. Tegenwoordig werk je veel met machines. Tijdens je inwerkperiode krijg je begeleiding in hoe je verantwoord tilt, maait en snoeit. Met de juiste techniek en materialen kun je dit werk langdurig gezond blijven doen.
3. Je bent de hele dag aan het schoffelen
Onderhoud is veel meer dan schoffelen. Denk aan: snoeien van planten en bomen, maaien met verschillende machines, aanplanten, onkruid verwijderen en werken met gemotoriseerd gereedschap. En in de aanleg? Daar werk je aan complete tuinen, op basis van tekeningen. Dat vraagt vakkennis en inzicht. En dat is zeker niet simpel.
4. Het is alleen seizoenswerk
Natuurlijk is er ook werk in de winter. Wie flexibel is én openstaat om andere werkzaamheden te leren, kan vaak het hele jaar door aan de slag. In de winter kun je bijvoorbeeld snoeien, meewerken in aanlegploegen en ondersteunen bij boomverzorging. Je eigen leergierigheid en inzet bepalen voor een groot deel waar jij terechtkunt in het laagseizoen.
5. Het betaalt slecht
Het salaris in het groen groeit snel met je mee. Wie zich ontwikkelt, opleidingen volgt en verantwoordelijkheid neemt, kan snel stappen zetten, zowel in functie als in salaris. Groei bijvoorbeeld door naar voorman, gespecialiseerd hovenier of boomverzorger. Of word leidinggevende.
6. Het is alleen werk voor mannen
Zeker niet! Vrouwen kunnen werken in het groen even goed als mannen. Dit hardnekkige fabeltje zorgt er wel voor dat er weinig vrouwen in de sector werken – het merendeel is toch echt man. Het werk vraagt om inzet en techniek, niet om geslacht.
7. Je blijft je hele leven hetzelfde werk doen
De sector biedt juist volop doorgroeimogelijkheden. Heb je leidinggevende kwaliteiten? Dan kun je doorgroeien naar voorman. Wil je je specialiseren? Dan zijn er opleidingen en certificaten. De groensector kampt met personeelstekorten, dus gemotiveerde mensen krijgen veel kansen.
8. Je hebt een diploma nodig om te beginnen
Je kunt óók zonder diploma aan het werk. Daarnaast faciliteren werkgevers vaak certificaten, zoals VCA of veilig werken met een bosmaaier. AB Werkt zelf kan hier trouwens ook een rol in spelen. Goed om te weten: veel leer je gewoon in de praktijk. Werk je graag met je handen en ben je bereid te leren? Dan krijg je vaak een kans, ook zonder ervaring.
9. Het is simpel werk
Groenwerk vraagt vakkennis. Je moet de planten kennen, de technieken. Weet wanneer je welk werk doet en waarom specifiek op dat moment. Ken de machines en hoe je ze veilig bedient. Met je handen werken betekent niet dat je hoofd uitstaat. Het is ambacht, geen simpel werk.
Twijfel je nog?
Denk je: ‘Ik heb geen ervaring, dus ik maak geen kans’? Dat is misschien wel de grootste fabel van allemaal. Wie gemotiveerd is, graag buiten werkt, betrouwbaar is en openstaat om te leren, heeft in deze sector veel mogelijkheden. Benieuwd wat er voor jou mogelijk is? Bekijk deze vacatures eens.